Kijk eerst naar de formulering van het probleem. Als je het probleem zo verwoordt als hierboven, is het duidelijk dat je je slachtoffer voelt van je collega. De probleemstelling is:
Mijn collega is het probleem.
Eerst gaan we kijken of jouw waarneming en de daaraan gekoppelde emotie wel kloppen. Je weet immers , dat je een filter hebt en dat je alleen openstaat voor de zaken die jij belangrijk vindt. Het zou namelijk vervelend zijn als je met een verkeerde probleemstelling aan de slag gaat. Stel jezelf daarom twee vragen:
1 Is dit altijd zo?
Doet je collega altijd zo? Wellicht zie je het wat te zwartwit. Probeer in ieder geval de nuance aan te brengen en herformuleer je probleemstelling. Bijvoorbeeld: ‘Mijn collega complimenteert vaak.’
2 Klopt het oordeel dat ik vel of de norm die ik stel?
Is het echt terecht dat ik voel dat mijn collega me manipuleert, of kan ik er iets anders bij denken/voelen? Wanneer was hij oprecht kritisch? Waarom deed hij dat toen wel? Wat kan ik daarvan leren?
Probeer naar aanleiding van je nieuwe inzichten de probleemstelling opnieuw te formuleren. Doe dat in de ik-sfeer. We gaan het jouw probleem maken en niet het probleem van je omgeving, anders blijf je te veel in de slachtofferrol hangen. Je zult merken dat je probleem een andere lading krijgt.
Zo, nu zit jij achter het stuur. Het is niet meer een probleem van je omgeving, het is jouw probleem. Het prettige daarvan is dat je nu alle kanten op kunt. Van klagen tot aanpakken, van accepteren tot weggaan. De keuze ligt nu bij jou en niet bij je collega.
Je hebt de omgeving wat feitelijker waargenomen. En je hebt je emotie bewust losgekoppeld van je waarneming. Wellicht geeft dit meer ruimte om naar een betere oplossing toe te werken.
Dan blijft de vraag: wat ga je ermee doen? Dat is een vraag die past bij de gedragsschil.
Klik volgende aan, als je naar de gedragsschil wilt gaan. Of maak een andere keuze.