Authentiek leiderschap

Ontdek en leef je missie

Opdracht 2.2

Opdracht 2.2

Ga op zoek naar je angstdrijfveren. Waar ben je nu eigenlijk bang voor?

Ben je bang voor de dood, om te falen, of om niet de beste gevonden te worden? Onderzoek dit voor jezelf. Als je ze vindt is het mogelijk om in veel situaties je gedrag en je gevoel te verklaren. Je moet gaan begrijpen dat angsten gewoon aanwezig zijn, dat ze goed zijn, maar dat je ze ook moet kunnen nuanceren. Niet alle angsten zijn direct te elimineren en dat hoeft ook helemaal niet. Zoals je in paragraaf 2.3 van het boek gelezen hebt, helpen angstdrijfveren je ook. Door je angstdrijfveren te begrijpen, ga je ze meer accepteren en laat je ze mogelijk in kracht afnemen als je daarvoor kiest. Vaak zit er achter een angst een diepere angst. Het helpt bij dit onderzoek om telkens de waarom-is-dat-erg-vraag te stellen. Bijvoorbeeld: ik ben bang om te falen. Waarom is dat erg? Omdat mijn omgeving me dan niet waardeert. Waarom is dat erg? Omdat ik dan niet langer op een voetstuk sta. Waarom is dat erg? Omdat mensen me dan niets meer waard vinden. Waarom is dat erg? Ze gooien me dan uit de groep. En wellicht heb je hier een diepere angst te pakken: de angst om uit de groep gezet te worden, of er niet meer toe te doen. (Deze angst ligt overigens vaak onder andere angsten)

Angstdrijfveren:

Volgende opdracht